Copyright Highlands Origin Cairn Terriers 2018
Welkom
Welkom op onze website
Historiek
Als we een jaartal willen neerzetten als geboortedatum van de Cairn Terrier, zoals wij die vandaag kennen, dan schrijven we 29 mei 1912, dag dat de Engelse Kennelclub een apart register opende onder de benaming "Cairn Terrier"Op deze datum is natuurlijk alleen de naam ontstaan. De geschiedenis van dat kleine pittige hondje gaat veel verder terug in de tijd, eeuwen zelfs. De oorsprong De echte oorsprong en evolutie zijn niet gemakkelijk te achterhalen. We kunnen ons hiervoor alleen maar baseren op oude geschriften en aantekeningen van vroegere historici. Hoever we, voor wat het ontstaan van de Cairn Terrier betreft, terug kunnen gaan in de tijd, doet er niet toe, want het is een onbetwistbaar feit dat de Cairn één van de oudste, zoniet de oudste, zuivere Britse Terrier is. Zijn afkomst werd en wordt nog steeds betwist. Vind de Cairn of Skye Terrier, zoals hij in het verre verleden werd genoemd, zijn oorsprong op het Schotse vaste land, zoals sommigen beweren, of, is de originele populatie afkomstig van de Westelijke Hebriden, een eilandengroep voor de Westkust van Schotland? Het antwoord hierop zullen we altijd schuldig moeten blijven. Toch wordt het mistige eiland Skye het vaakst genoemd. Ver terug in de 16e eeuw zijn er al aantekeningen te vinden van toenmalige historicidie spreken over "The Earth Dogs from Argyllshire". Turberville, maar vooral Dr. Caius verwees in zijn boek "Canibus Brittanicus" in 1570, naar "The Terriers of the North", en nog een andere schrijver uit die tijd, John Leslie, schrijft over "een klein ras van Terriers, die gebruikt werden voor de jacht op vossen en dassen". Een eensluidend bewijs dat dit Cairn Terriers waren is het zeker niet, maar het laat niet de minste twijfel dat deze "Highland Terriers" zoals we ze gemakshalve zullen noemen, de voorouders zijn van onze hedendaagse Cairn Terrier, alsook van de moderne Schotse Terrier, de West Highland White Terrier en de Skye Terrier.
De Schotse Hooglanden Dat deze kleine Highland Terrier, in een heel ver verleden, 16e eeuw en vroeger, zijn oorsprong vindt op het eiland Skye, zoals sommigen beweren, is best mogelijk. Maar vanaf het einde van de 16e eeuw kwamen ze reeds meer verspreid voor. Op vele eilanden van de Hebriden, zoals Skye, Mull en Harris en op de Westkust van het Schotse vasteland in Argyllshire, Ross-shire tot in het verre noorden op Cape Wrath kon men grote "strains" (stammen) van deze Highland Terriers vinden. Als we dus een schakel willen leggen tussen de hedendaagse Cairn Terriers en zijn voorouders, moeten we terugkeren naar de Schotse West Highlands en de eilanden voor de Westkust. Deze streken kenmerken zich door hun ruig en rotsig landschap, met heuvelruggen en diepe dalen, ontelbare bergriviertjes, uitmondend in de vele "Lochs" (=meren) die vanuit de zee tot diep in het binnenland reiken. Een streek met een vochtig zeeklimaat, waar nevel en mist nooit ver weg zijn. Een ideaal biotoop waar kleine wilde dieren, zoals muizen en ratten, marters en otters, vossen en dassen, de kans hadden om er in grote aantallen te leven en er zich voort te planten.
De Schotse clans De mensen leefden er in "clans" (=familieverband) op kleine en grote boerderijen. Haast elke clan beschikte over zijn "pack" (=meute) Highland Terriers, die, behalve hun dagelijkse taak, het verdelgen van ongedierte op en rond de landerijen, vaak werden meegenomen op georganiseerde jachtpartijen. Voor de inwoners waren deze Highland Terriers blijkbaar van groot belang in hun dagelijks familiaal leven, want vele van deze clans waren in het bezit van aantekeningen over de honden die door hun voorouders werden gehouden, aantekeningen die tot tweehonderd jaar terug in de tijd gingen. Belangrijk en waardevol moeten deze Highland Terriers zeker geweest zijn, wetende dat Koning James VI van Schotland opdracht gaf om een pack van deze "Earth dogs"  als geschenk naar Frankrijk te verschepen. In zijn instructies gaf hij tevens aan, dat de Terriers uit Argillshire moesten afkomstig zijn en dat zij over twee of meerdere schepen verdeeld moesten worden voor ingeval de vloot enig onheil zou overkomen. Wetende dat King James stierf in 1625, dan spreken we hier over feiten die bijna vierhonderd jaar geleden plaatsvonden.  De bekendste clans zijn deze van MacDonalds of Waternish en de MacLeods of Drynoch, beiden gevestigd op het eiland Skye. De MacDonalds' Terriers waren overwegend donkergrijs en gestroomd van kleur. Bij de MacLeods domineerden de zilvergrijze kleuren. Nog een andere bekende clan op het eiland Skye was deze van de MacKinnons of Kilbride, waar de vachtkleuren varieerden van crème tot bijna zwart.
Onbedorven type en jachtinstinct Behalve de verschillen in vachtkleur waren al deze Highland Terriers van hetzelfde type.Klein in gestalte, en kortbenig, waardoor zij moeiteloos hindernissen konden nemen en de holen en spleten, waar hun prooien leefden en bescherming zochten, met groot gemak konden bereiken. Zij waren licht van gewicht, zeer beweeglijk en snel op korte afstand. Zij waren in staat om in dat onherbergzaam gebied plaatsen te bereiken waar de mens geen voet zetten kon. Zij hadden sterk ontwikkelde kaken met, voor hun gestalte, tamelijk grote tanden. Hun krachtige beet en vasthoudendheid werd zeer op prijs gesteld. Zij beschikten over een dichte, dikke, ruwe vacht, die niet alleen bescherming gaf aan de vaak slechte klimatologische omstandigheden, maar ook een buffer was tegen doornstruiken, scherpe rotsspleten en andere ruige natuurlijke omstan-digheden. Zij werden geprezen voor hun moed en onbevreesdheid maar vooral voor hun doorzettingsvermogen. Als we deze aantekeningen, die betrekking hebben op gedrag, karakter en jachtinstinct, type,grootte en vachtstructuur, maar ook de in die tijd voorkomende vachtkleuren, in acht nemen, dan is er geen twijfel mogelijk dat deze Highland Terriers de rechtstreekse voorouders zijn van onze moderne Cairn Terrier. Naarmate deze "Highland populaties" zich verder gingen verspreiden en na verloop van tijd over een groot deel van het Schotse binnenland te vinden waren, kan het niet anders dan dat er, onder invloed van menselijke selectie (bewust of onbewust), klimatologische omstandigheden, voeding en verzorging maar deels ook door optredende erfelijke mutaties, verschillende types en vachtkleuren ontstonden. Opvallend is wel dat de populaties die de Westelijke Hooglanden en de eilanden voor de west-kust bevolkten, na er meer dan drie eeuwen lang gefokt te zijn, weinig of geen anatomische wijzigingen hadden ondergaan. De uitleg hiervoor is, dat deze populaties al die tijd in dezelfde klimatologische omstandigheden zijn blijven leven, met steeds dezelfde biotoop als werk-terrein. Fokkers en eigenaars waren hier haast verplicht te selecteren op werkkracht, jacht-instinct, moed en doorzettingsvermogen. Selectiecriteria die in functie stonden van het ruige en ruwe biotoop en weinig of geen anatomische variaties toelieten. We kunnen hier dan ook spreken van een natuurlijke selectie. Een individu dat niet in staat was om tot in de nauwste holen en rotsspleten door te dringen, of enige terughoudendheid vertoonde tegenover een prooi, al was deze dan soms twee maal groter, werd onmeedogend voor verder werk en fok uitgeschakeld.
Uit de oude doos
Drie jagende “Highland Terriers” De voorouders van oze moderne Cairn Terrier
De gelijkenis met onze hedendaagse Cairn Terrier is duidelijk, klein, attent, compact en gespierd.
Op de voorgrond een donker gestroomde "Highlander" Op de achtergrond een witte "Highlander" (Cairn) voorouder van de hedendaagse Westie.
De middelste hond is duidelijk een rode Highlander (Cairn) De onderste zwarte hond met eenduidelijk langere snoet is een Schotse Terrier
Op de voorgrond links een donker gestroomde "Highlander" en rechts een Scottisch Terrier. Op de achtergrond een witte "Highlander" (Cairn??) voorouder van de hedendaagse Westie.
Van ‘Highlander Terrier’ tot ‘Cairn Terrier’ Ook opvallend is de naamgeving die in die tijd gangbaar was. Meestal werden deze Highland Terriers, door hun fokkers en eigenaars "Short-haired Skye Terrier" (kortharige Skye Terrier) genoemd, maar ook namen zoals "Prick-eared" en "Rough-coated Skye Terrier" (Puntoor- en Ruwvacht Skye Terrier) werden vaak aan deze Terriers toebedeeld. Opvallend omdat het algemeen, en vooral in de Schotse contreien, de gewoonte was om voor hondenrassen en variëteiten een naam te bedenken die wat te maken had met een persoon, of, wat te maken had met de plaats waar het ras of variëteit was ontstaan of het meest voorkwam. De verschillende namen waarmee deze Highland Terriers werden bedacht, hebben echter alleen wat te maken met uiterlijke fysieke kenmerken van de honden zelf. Als er sprake was van "Short-haired", waren er dan ook langharigen? Of, als er sprake was van "Prick-eared", was er dan ook een variëteit met afhangende oren? Kan "rough-coated" duiden op de aanwezigheid van een variant met zacht haar? Op al deze vragen kan bevestigend worden geantwoord. Haast gelijklopend aan de geschiedenis van die kleine, ruwharige Terrier met staande punt-oortjes, ontwikkelde zich, op het eiland Skye, een variëteit die in haast alle opzichten het tegengestelde was van de kleine Highland Terrier. Deze variant was wat groter van stuk, droeg een lange, afhangende, zachte vacht met oren die weliswaar meestal rechtop stonden, maar met grote afgeronde punten. Hoe deze variëteit is ontstaan is ook niet met zekerheid te zeggen, maar dat deze de voorvader is van de huidige SkyeTerrier is haast zeker. In oude aantekeningen werd nochtans alleen gesproken over een kleine, ruwharige Terrier. Er is wel een verhaal, van Schotse origine, maar moeilijk te achterhalen, over de Spaanse armada (vloot), die in 1588 in de Ierse zee en het Noorder Kanaal een zeeslag uitvocht met de Engelse vloot, er het onderspit moest delven en, om hun hachtje te redden, een vluchtweg zochten langs de Westkust van Schotland, tot overmaat van ramp in een hevige westerstorm terechtkwamen en te pletter sloegen op de rotsige kusten van één der eilanden van de Hebriden, meer bepaald, hoe kunt U het raden, op het eiland Skye. Zij die zich redden konden zetten voet aan wal, onder hen, aldus nog steeds volgens het verhaal van Schotse origine, Maltezers en Spaniels. De waarschijnlijkheid dat deze nieuwkomers ingekruist werden met een deel van de plaatselijke populaties is zeer reëel, en zou een verklaring kunnen zijn voor een afwijkende variëteit, ietwat groter van gestalte met lang, zacht haar en afgeronde oorpunten. Sommige exemplaren hadden zelfs afhangende oorpunten of een mix van één staand en één afhangend oor. Deze variëteit is zo goed als zeker de voorouder van de moderne Skye Terrier. Het verhaal wordt waarschijnlijker als men bedenkt dat, in de 18e en 19e eeuw, in de nesten van de kleine Highland Terrier, regelmatig witte exemplaren voorkwamen. Het inkruisen van de Maltezer zou dit deels kunnen verklaren. In de 19e eeuw werd onze kleine Highland Terrier meer en meer "Short-haired Skye Terrier" genoemd. Maar ook "Prick-eared" en, in het begin van de jaren 1900 was er voor het eerst sprake van "Cairn Terrier of Skye" en "Cairn Skye Terrier". Maar deze laatste twee benamingen waren een doorn in het oog van de liefhebbers en fokkers van de Skye Terrier, die zich in de loop der tijden geprofileerd had tot de Skye Terrier zoals wij die vandaag kennen, en reeds in 1870 door de Engelse Kennel Club onder die naam was erkend en geregistreerd. Zij wilden kost wat kost vermijden dat er een ander ras zou erkend worden die in zijn naam het woord "Skye" zou dragen. Voor hen was hun ras immers de enige en echte Terrier afkomstig van dat eiland. Hier verscheen voor het eerst de naam "Cairn" ten tonele. Een Keltisch woord waarmee de steenhopen werden bedoeld die in het oude  Schotland zowat overal het landschap sierden, kunstmatig opgehoopt door de plaatselijke bevolking en bedoeld als afbakening van hun eigendom en landerijen. Ook begraafplaatsen en gedenkmonumenten bestonden vaak uit enorme hopen van steen en rotsblokken. In deze steenhopen vond heel wat klein wild een schuilplaats. De enige honden die in staat waren om het wild tot diep in die schuilplaats te volgen was de Cairn. Hij werd dus genoemd naar de plaats waar hij zijn jachtterrein had.
Skye Terriers
Erkenning van het ras Tot voor 1910 werden alle Kleine Terriers, die niet gecatalogeerd konden worden onder de naamSkye- en Schotse Terrier, geregistreerd in een apart register onder de naam "Prick-eared Skye Terrier". In dit register werden er in het jaar 1907 drie registraties genoteerd, nl: "Calla-Mhor" op naam van Mrs. Alistair Campbell - met als geboortejaar 1894 (jaartal dat vermoedelijk 1904 was) - "Cuillean Bhan" - eveneens op naam van Mrs. A. Campbell - geboortejaar 1905 en "Roy-Mhor" eveneens van Mrs. A. Campbell.In 1908 werden er twee honden geregistreerd op naam van de dame die we gerust de voorvechtster en oprichtster van de Cairn Terrier kunnen noemen: Mrs. Alistair Campbell. In 1909 werden veertien Prick-eared Skye Terriers geregistreerd. In 1910, onder druk van de aanhangers van de Skye Terrier, besliste de Engelse Kennel Club om de naam van het register te wijzigen in "Any other breed or variety", wat er op neer kwam dat de "Cairn" eigenlijk naamloos werd. Mrs. Campbell is echter niet bij de pakken blijven zitten. Samen met enkele andere liefhebbersis zij blijven vechten om erkenning te bekomen voor deze kleine, pittige Terrier. Na vele brieven heen en weer en vergaderingen met leden van zowel de Skye Terrier Club als van de Engelse Kennelclub, is ze uiteindelijk in haar opzet geslaagd. Op 29 mei 1912 besliste de rascommissie om voor de Cairn Terrier een apart register te openen onder die naam.Opmerkelijk was wel het feit dat na 1912 de witte puppies uit de Cairn Terrier nesten in het register van de West Highland White Terrier werden opgenomen, terwijl de anderskleurigen als Cairn Terrier werden geregistreerd. Aan deze praktijk werd pas een eind gemaakt in 1924.
Nog enkele afbeeldingen uit de oude doos
De bovenste drie honden zijn duidelijk “Highlanders” Eén rode en twee gestroomde. De drie honden op het voorplan zijn de voorouders van de huidige Sealyham Terrier
Kopie van vier schilderijen van Cairn Terriers begin 20ste eeuw
NAVIGATIE
Onze Teefjes Maaike Line Lotte Nala Jette Beth
CONTACT Rick & Ingrid Huysecom-Vansantvoet Molenbaan 1 3020 Veltem-Beisem België cairnterriers@telenet.be vansantvoetingrid@outlook.com
TELEFOON +32 (0)16 60 93 99 mob Rick +32 (0)486 20 55 41 mob Ingrid +32 (0)486 55 74 32
Laatste update   2 juni 2018 - De puppy’s van Line 21 mei 2018 - Showresultaten
Nieuws De puppy’s van Line 4 weken … lees meer Het nestje van Nala … lees meer __________________________________________________________ Shownieuws Showresultaten  2018 - 2017 - 2016 - 2015
Een leuke vakantie aan zee? … klik hier
Historiek
Welkom Welkom op onze website Copyright Highlands Origin Cairn Terriers 2018
Als we een jaartal willen neerzetten als geboortedatum van de Cairn Terrier, zoals wij die vandaag kennen, dan schrijven we 29 mei 1912, dag dat de Engelse Kennelclub een apart register opende onder de benaming "Cairn Terrier"Op deze datum is natuurlijk alleen de naam ontstaan. De geschiedenis van dat kleine pittige hondje gaat veel verder terug in de tijd, eeuwen zelfs. De oorsprong De echte oorsprong en evolutie zijn niet gemakkelijk te achterhalen. We kunnen ons hiervoor alleen maar baseren op oude geschriften en aantekeningen van vroegere historici. Hoever we, voor wat het ontstaan van de Cairn Terrier betreft, terug kunnen gaan in de tijd, doet er niet toe, want het is een onbetwistbaar feit dat de Cairn één van de oudste, zoniet de oudste, zuivere Britse Terrier is. Zijn afkomst werd en wordt nog steeds betwist. Vind de Cairn of Skye Terrier, zoals hij in het verre verleden werd genoemd, zijn oorsprong op het Schotse vaste land, zoals sommigen beweren, of, is de originele populatie afkomstig van de Westelijke Hebriden, een eilandengroep voor de Westkust van Schotland? Het antwoord hierop zullen we altijd schuldig moeten blijven. Toch wordt het mistige eiland Skye het vaakst genoemd. Ver terug in de 16e eeuw zijn er al aantekeningen te vinden van toenmalige historicidie spreken over "The Earth Dogs from Argyllshire". Turberville, maar vooral Dr. Caius verwees in zijn boek "Canibus Brittanicus" in 1570, naar "The Terriers of the North", en nog een andere schrijver uit die tijd, John Leslie, schrijft over "een klein ras van Terriers, die gebruikt werden voor de jacht op vossen en dassen". Een eensluidend bewijs dat dit Cairn Terriers waren is het zeker niet, maar het laat niet de minste twijfel dat deze "Highland Terriers" zoals we ze gemakshalve zullen noemen, de voorouders zijn van onze hedendaagse Cairn Terrier, alsook van de moderne Schotse Terrier, de West Highland White Terrier en de Skye Terrier.
De Schotse Hooglanden Dat deze kleine Highland Terrier, in een heel ver verleden, 16e eeuw en vroeger, zijn oorsprong vindt op het eiland Skye, zoals sommigen beweren, is best mogelijk. Maar vanaf het einde van de 16e eeuw kwamen ze reeds meer verspreid voor. Op vele eilanden van de Hebriden, zoals Skye, Mull en Harris en op de Westkust van het Schotse vasteland in Argyllshire, Ross-shire tot in het verre noorden op Cape Wrath kon men grote "strains" (stammen) van deze Highland Terriers vinden. Als we dus een schakel willen leggen tussen de hedendaagse Cairn Terriers en zijn voorouders, moeten we terugkeren naar de Schotse West Highlands en de eilanden voor de Westkust. Deze streken kenmerken zich door hun ruig en rotsig landschap, met heuvelruggen en diepe dalen, ontelbare bergriviertjes, uitmondend in de vele "Lochs" (=meren) die vanuit de zee tot diep in het binnenland reiken. Een streek met een vochtig zeeklimaat, waar nevel en mist nooit ver weg zijn. Een ideaal biotoop waar kleine wilde dieren, zoals muizen en ratten, marters en otters, vossen en dassen, de kans hadden om er in grote aantallen te leven en er zich voort te planten.
De Schotse clans De mensen leefden er in "clans" (=familieverband) op kleine en grote boerderijen. Haast elke clan beschikte over zijn "pack" (=meute) Highland Terriers, die, behalve hun dagelijkse taak, het verdelgen van ongedierte op en rond de landerijen, vaak werden meegenomen op georganiseerde jachtpartijen. Voor de inwoners waren deze Highland Terriers blijkbaar van groot belang in hun dagelijks familiaal leven, want vele van deze clans waren in het bezit van aantekeningen over de honden die door hun voorouders werden gehouden, aantekeningen die tot tweehonderd jaar terug in de tijd gingen. Belangrijk en waardevol moeten deze Highland Terriers zeker geweest zijn, wetende dat Koning James VI van Schotland opdracht gaf om een pack van deze "Earth dogs"  als geschenk naar Frankrijk te verschepen. In zijn instructies gaf hij tevens aan, dat de Terriers uit Argillshire moesten afkomstig zijn en dat zij over twee of meerdere schepen verdeeld moesten worden voor ingeval de vloot enig onheil zou overkomen. Wetende dat King James stierf in 1625, dan spreken we hier over feiten die bijna vierhonderd jaar geleden plaatsvonden.  De bekendste clans zijn deze van MacDonalds of Waternish en de MacLeods of Drynoch, beiden gevestigd op het eiland Skye. De MacDonalds' Terriers waren overwegend donkergrijs en gestroomd van kleur. Bij de MacLeods domineerden de zilvergrijze kleuren. Nog een andere bekende clan op het eiland Skye was deze van de MacKinnons of Kilbride, waar de vachtkleuren varieerden van crème tot bijna zwart.
Onbedorven type en jachtinstinct Behalve de verschillen in vachtkleur waren al deze Highland Terriers van hetzelfde type.Klein in gestalte, en kortbenig, waardoor zij moeiteloos hindernissen konden nemen en de holen en spleten, waar hun prooien leefden en bescherming zochten, met groot gemak konden bereiken. Zij waren licht van gewicht, zeer beweeglijk en snel op korte afstand. Zij waren in staat om in dat onherbergzaam gebied plaatsen te bereiken waar de mens geen voet zetten kon. Zij hadden sterk ontwikkelde kaken met, voor hun gestalte, tamelijk grote tanden. Hun krachtige beet en vasthoudendheid werd zeer op prijs gesteld. Zij beschikten over een dichte, dikke, ruwe vacht, die niet alleen bescherming gaf aan de vaak slechte klimatologische omstandigheden, maar ook een buffer was tegen doornstruiken, scherpe rotsspleten en andere ruige natuurlijke omstan-digheden. Zij werden geprezen voor hun moed en onbevreesdheid maar vooral voor hun doorzettingsvermogen. Als we deze aantekeningen, die betrekking hebben op gedrag, karakter en jachtinstinct, type,grootte en vachtstructuur, maar ook de in die tijd voorkomende vachtkleuren, in acht nemen, dan is er geen twijfel mogelijk dat deze Highland Terriers de rechtstreekse voorouders zijn van onze moderne Cairn Terrier. Naarmate deze "Highland populaties" zich verder gingen verspreiden en na verloop van tijd over een groot deel van het Schotse binnenland te vinden waren, kan het niet anders dan dat er, onder invloed van menselijke selectie (bewust of onbewust), klimatologische omstandigheden, voeding en verzorging maar deels ook door optredende erfelijke mutaties, verschillende types en vachtkleuren ontstonden. Opvallend is wel dat de populaties die de Westelijke Hooglanden en de eilanden voor de west-kust bevolkten, na er meer dan drie eeuwen lang gefokt te zijn, weinig of geen anatomische wijzigingen hadden ondergaan. De uitleg hiervoor is, dat deze populaties al die tijd in dezelfde klimatologische omstandigheden zijn blijven leven, met steeds dezelfde biotoop als werk-terrein. Fokkers en eigenaars waren hier haast verplicht te selecteren op werkkracht, jacht-instinct, moed en doorzettingsvermogen. Selectiecriteria die in functie stonden van het ruige en ruwe biotoop en weinig of geen anatomische variaties toelieten. We kunnen hier dan ook spreken van een natuurlijke selectie. Een individu dat niet in staat was om tot in de nauwste holen en rotsspleten door te dringen, of enige terughoudendheid vertoonde tegenover een prooi, al was deze dan soms twee maal groter, werd onmeedogend voor verder werk en fok uitgeschakeld.
Uit de oude doos
Drie jagende “Highland Terriers” De voorouders van oze moderne Cairn Terrier
De gelijkenis met onze hedendaagse Cairn Terrier is duidelijk, klein, attent, compact en gespierd.
Op de voorgrond een donker gestroomde "Highlander" Op de achtergrond een witte "Highlander" (Cairn) voorouder van de hedendaagse Westie.
De middelste hond is duidelijk een rode Highlander (Cairn) De onderste zwarte hond met eenduidelijk langere snoet is een Schotse Terrier
Op de voorgrond links een donker gestroomde "Highlander" en rechts een Scottisch Terrier. Op de achtergrond een witte "Highlander" (Cairn??) voorouder van de hedendaagse Westie.
Van ‘Highlander Terrier’ tot ‘Cairn Terrier’ Ook opvallend is de naamgeving die in die tijd gangbaar was. Meestal werden deze Highland Terriers, door hun fokkers en eigenaars "Short-haired Skye Terrier" (kortharige Skye Terrier) genoemd, maar ook namen zoals "Prick-eared" en "Rough- coated Skye Terrier" (Puntoor- en Ruwvacht Skye Terrier) werden vaak aan deze Terriers toebedeeld. Opvallend omdat het algemeen, en vooral in de Schotse contreien, de gewoonte was om voor hondenrassen en variëteiten een naam te bedenken die wat te maken had met een persoon, of, wat te maken had met de plaats waar het ras of variëteit was ontstaan of het meest voorkwam. De verschillende namen waarmee deze Highland Terriers werden bedacht, hebben echter alleen wat te maken met uiterlijke fysieke kenmerken van de honden zelf. Als er sprake was van "Short-haired", waren er dan ook langharigen? Of, als er sprake was van "Prick-eared", was er dan ook een variëteit met afhangende oren? Kan "rough-coated" duiden op de aanwezigheid van een variant met zacht haar? Op al deze vragen kan bevestigend worden geantwoord. Haast gelijklopend aan de geschiedenis van die kleine, ruwharige Terrier met staande punt-oortjes, ontwikkelde zich, op het eiland Skye, een variëteit die in haast alle opzichten het tegengestelde was van de kleine Highland Terrier. Deze variant was wat groter van stuk, droeg een lange, afhangende, zachte vacht met oren die weliswaar meestal rechtop stonden, maar met grote afgeronde punten. Hoe deze variëteit is ontstaan is ook niet met zekerheid te zeggen, maar dat deze de voorvader is van de huidige SkyeTerrier is haast zeker. In oude aantekeningen werd nochtans alleen gesproken over een kleine, ruwharige Terrier. Er is wel een verhaal, van Schotse origine, maar moeilijk te achterhalen, over de Spaanse armada (vloot), die in 1588 in de Ierse zee en het Noorder Kanaal een zeeslag uitvocht met de Engelse vloot, er het onderspit moest delven en, om hun hachtje te redden, een vluchtweg zochten langs de Westkust van Schotland, tot overmaat van ramp in een hevige westerstorm terechtkwamen en te pletter sloegen op de rotsige kusten van één der eilanden van de Hebriden, meer bepaald, hoe kunt U het raden, op het eiland Skye. Zij die zich redden konden zetten voet aan wal, onder hen, aldus nog steeds volgens het verhaal van Schotse origine, Maltezers en Spaniels. De waarschijnlijkheid dat deze nieuwkomers ingekruist werden met een deel van de plaatselijke populaties is zeer reëel, en zou een verklaring kunnen zijn voor een afwijkende variëteit, ietwat groter van gestalte met lang, zacht haar en afgeronde oorpunten. Sommige exemplaren hadden zelfs afhangende oorpunten of een mix van één staand en één afhangend oor. Deze variëteit is zo goed als zeker de voorouder van de moderne Skye Terrier. Het verhaal wordt waarschijnlijker als men bedenkt dat, in de 18e en 19e eeuw, in de nesten van de kleine Highland Terrier, regelmatig witte exemplaren voorkwamen. Het inkruisen van de Maltezer zou dit deels kunnen verklaren. In de 19e eeuw werd onze kleine Highland Terrier meer en meer "Short-haired Skye Terrier" genoemd. Maar ook "Prick- eared" en, in het begin van de jaren 1900 was er voor het eerst sprake van "Cairn Terrier of Skye" en "Cairn Skye Terrier". Maar deze laatste twee benamingen waren een doorn in het oog van de liefhebbers en fokkers van de Skye Terrier, die zich in de loop der tijden geprofileerd had tot de Skye Terrier zoals wij die vandaag kennen, en reeds in 1870 door de Engelse Kennel Club onder die naam was erkend en geregistreerd. Zij wilden kost wat kost vermijden dat er een ander ras zou erkend worden die in zijn naam het woord "Skye" zou dragen. Voor hen was hun ras immers de enige en echte Terrier afkomstig van dat eiland. Hier verscheen voor het eerst de naam "Cairn" ten tonele. Een Keltisch woord waarmee de steenhopen werden bedoeld die in het oude  Schotland zowat overal het landschap sierden, kunstmatig opgehoopt door de plaatselijke bevolking en bedoeld als afbakening van hun eigendom en landerijen. Ook begraafplaatsen en gedenkmonumenten bestonden vaak uit enorme hopen van steen en rotsblokken. In deze steenhopen vond heel wat klein wild een schuilplaats. De enige honden die in staat waren om het wild tot diep in die schuilplaats te volgen was de Cairn. Hij werd dus genoemd naar de plaats waar hij zijn jachtterrein had.
Skye Terriers
Erkenning van het ras Tot voor 1910 werden alle Kleine Terriers, die niet gecatalogeerd konden worden onder de naamSkye- en Schotse Terrier, geregistreerd in een apart register onder de naam "Prick-eared Skye Terrier". In dit register werden er in het jaar 1907 drie registraties genoteerd, nl: "Calla-Mhor" op naam van Mrs. Alistair Campbell - met als geboortejaar 1894 (jaartal dat vermoedelijk 1904 was) - "Cuillean Bhan" - eveneens op naam van Mrs. A. Campbell - geboortejaar 1905 en "Roy-Mhor" eveneens van Mrs. A. Campbell.In 1908 werden er twee honden geregistreerd op naam van de dame die we gerust de voorvechtster en oprichtster van de Cairn Terrier kunnen noemen: Mrs. Alistair Campbell. In 1909 werden veertien Prick-eared Skye Terriers geregistreerd. In 1910, onder druk van de aanhangers van de Skye Terrier, besliste de Engelse Kennel Club om de naam van het register te wijzigen in "Any other breed or variety", wat er op neer kwam dat de "Cairn" eigenlijk naamloos werd. Mrs. Campbell is echter niet bij de pakken blijven zitten. Samen met enkele andere liefhebbersis zij blijven vechten om erkenning te bekomen voor deze kleine, pittige Terrier. Na vele brieven heen en weer en vergaderingen met leden van zowel de Skye Terrier Club als van de Engelse Kennelclub, is ze uiteindelijk in haar opzet geslaagd. Op 29 mei 1912 besliste de rascommissie om voor de Cairn Terrier een apart register te openen onder die naam.Opmerkelijk was wel het feit dat na 1912 de witte puppies uit de Cairn Terrier nesten in het register van de West Highland White Terrier werden opgenomen, terwijl de anderskleurigen als Cairn Terrier werden geregistreerd. Aan deze praktijk werd pas een eind gemaakt in 1924.
Nog enkele afbeeldingen uit de oude doos
De bovenste drie honden zijn duidelijk “Highlanders” Eén rode en twee gestroomde. De drie honden op het voorplan zijn de voorouders van de huidige Sealyham Terrier
Kopie van vier schilderijen van Cairn Terriers begin 20ste eeuw
Cairn Terriers Highlands Origin